topBarLeftS

Wanneer niemand de spanning nog benoemt

De meeste transformaties lopen niet vast op technologie.

Ze lopen vast op het moment waarop niemand meer hardop durft te zeggen dat de gekozen richting spanning begint te geven.

Het programma draait.
De roadmap ligt vast.
De leverancier is geselecteerd.

En toch voelt iedereen dat het schuurt.

Dan volgen de bekende reflexen:

  • • versnellen
  • • herstructureren
  • • tooling toevoegen
  • • “meer grip” organiseren

Wat zelden gebeurt, is even stilstaan bij de vraag of de samenhang nog klopt.

Of besluiten nog gedragen worden.
Of eigenaarschap nog helder is.

In veel organisaties komt die vraag pas op tafel wanneer het al pijn doet.

Dat zijn geen makkelijke gesprekken.

Steeds vaker speelt dit in de organisaties waar ik actief ben.

Dit zijn geen gesprekken voor het podium.
Wel voor mensen die verantwoordelijkheid dragen.

EDI — the silent layer that carries everything

For years, EDI has been dismissed as a relic from a bygone era.
A protocol that was once useful, but now supposedly overshadowed by APIs, platforms, and “real-time” ambitions.

Anyone working in retail, logistics, or supply chain knows better.
EDI is very much alive.

Every day, millions of transactions run over EDI connections.
It links suppliers to retailers who won’t tolerate a single second of delay.
It moves orders, inventory, deliveries, invoices, and transport data without anyone posting or talking about it.

That silence creates a persistent misconception: that APIs will replace EDI.

They won’t.

APIs are integration technology.
EDI is a data standard and a governance model.
One does not replace the other — they complement each other.

Retailers add APIs alongside EDI because stability matters more than elegance,
and predictability matters more than innovation.

The real movement in the market is quiet.
It doesn’t show up in press releases, but in contracts, obligations, legislation, and supply-chain pressure.

More retailers are mandating EDI compliance.
More countries are requiring electronic reporting.
More suppliers must connect just to be allowed to do business.
More message types are being added to existing flows.
More cloud-EDI and managed services are absorbing the complexity.

The volume grows.
The visibility doesn’t.

And that’s exactly why EDI is so often underestimated.

EDI is not a choice.
It’s a requirement.

For anyone operating in retail or supply chain, it’s the gateway.
You’re in — or you’re not.

The importance of EDI never decreases.
It simply shifts from “technology” to “infrastructure.”
From “project” to “prerequisite.”
From “innovation” to “continuity.”

And PEPPOL only reinforces that movement.

The mature perspective

Those who dismiss EDI aren’t lacking vision, they’re lacking experience with real supply-chain dynamics:

  • • Never seen true retail volumes
  • • Never experienced a chain where an ASN is ten minutes late
  • • Never felt the dependencies between DCs, carriers, suppliers, and stores
  • • And never witnessed how a single error in a single message can halt an entire chain

EDI isn’t exciting. Not new. Not visible.
And yet: it carries everything.

And that makes it more important than ever.
You only understand that when you’ve seen the practice up close.

EDI — de stille laag die alles draagt

Al jaren wordt EDI weggezet als een reliek uit vervlogen tijden.
Een protocol dat ooit nuttig was, maar nu in de schaduw staat van API’s, platforms en “real‑time” ambities.

Wie in retail, logistiek of supply chain werkt, weet beter.
EDI is springlevend.

Elke dag draaien er miljoenen transacties over EDI‑verbindingen. Het verbindt leveranciers met retailers die geen seconde vertraging accepteren. Het stuurt orders, voorraden, leveringen, facturen en transporten zonder dat iemand erover post of praat.

Juist die stilte zorgt voor een hardnekkig misverstand: dat API’s EDI zouden vervangen.

Dat klopt niet.

API’s zijn integratietechnologie.
EDI is een datastandaard en governance‑model.
Het ene vervangt het andere niet — het vult het aan.

Retailers voegen API’s toe naast EDI, omdat stabiliteit belangrijker is dan elegantie en voorspelbaarheid belangrijker dan innovatie.

De beweging in de markt is stil.
Ze zit niet in persberichten, maar in contracten, verplichtingen, wetgeving en ketendruk.

Meer retailers stellen EDI‑compliance verplicht.
Meer landen eisen elektronische rapportage.
Meer leveranciers moeten aansluiten om überhaupt zaken te mogen doen.
Meer berichttypen worden toegevoegd aan bestaande stromen.
Meer cloud‑EDI en managed services nemen de complexiteit over.

Het volume groeit.
De zichtbaarheid niet.

En precies daarom wordt EDI zo vaak onderschat.

EDI is geen keuze.
Het is een voorwaarde.

Voor wie in retail of supply chain opereert, is het de toegangspoort.
Je doet mee, of je doet niet mee.

Het belang van EDI neemt nooit af.
Het verschuift alleen van “technologie” naar “infrastructuur”.
Van “project” naar “voorwaarde”.
Van “innovatie” naar “continuïteit”.

En PEPPOL versterkt die beweging alleen maar.

Het volwassen perspectief

Wie EDI wegwuift, verraadt geen visie, maar gebrek aan ervaring met echte ketendynamiek:

  • • Nooit echte retailvolumes gezien
  • • Nooit een keten meegemaakt waar een ASN 10 minuten te laat is
  • • Nooit de afhankelijkheden gevoeld tussen DC’s, transporteurs, leveranciers en winkels
  • • En nooit meegemaakt dat één fout in één bericht een hele keten stillegt

EDI is niet spannend. Niet nieuw. Niet zichtbaar.
En toch: het draagt alles.

En dat maakt het belangrijker dan ooit.
Dat weet je wanneer je de praktijk van dichtbij hebt meegemaakt.

AI in ERP — voorbij de hype, naar echte impact

Dit is wat de afgelopen zes maanden onderzoek en praktijk me hebben geleerd over AI in ERP.

Steeds vaker hoor ik dat ERP-leveranciers “AI” hebben toegevoegd aan hun systemen. Maar eerlijk? Niet alles wat AI zegt te zijn, is dat ook echt. Soms voelt het vooral als een marketingwoord.

Bij veel leveranciers is AI echter wel echte technologie. Steeds meer bedrijven investeren serieus in slimme AI-toepassingen binnen ERP, en wie vandaag de sprong waagt, kan daar meteen van profiteren.

Wat ik zie werken, zijn systemen die echt meedenken, leren van de data en je helpen betere beslissingen te nemen. In de praktijk merk ik dat dit een enorm verschil maakt.

Voorbeeld: voorraadbeheer

Vroeger moesten medewerkers voortdurend brandjes blussen en gokken wat er nodig was. Tegenwoordig signaleert het systeem afwijkingen voordat ze een probleem worden (Machine Learning). AI leert van veranderende omstandigheden en kan parameters proactief bijsturen. Dat geeft rust en ruimte om strategisch te denken, in plaats van alleen maar te reageren.

Het is een evolutionaire stap, geen magie.

Nieuwe manier van communiceren met ERP

Je hoeft niet meer door eindeloze menu’s te klikken. Je stelt gewoon een vraag en krijgt een antwoord (Natural Language Processing). Het klinkt simpel, maar het bespaart enorm veel tijd en frustratie. Teams adopteren nieuwe processen sneller, en iedereen voelt zich gesteund.

Voorspellen en adviseren

Wat me ook opvalt, is hoe systemen steeds beter worden in voorspellen en adviseren. Of het nu gaat om onderhoudsbehoeften, financiële prognoses of klantgedrag, de inzichten zijn concreet en bruikbaar (Predictive & Prescriptive Analytics). Ze geven niet alleen cijfers, maar ook richting: wat kunnen we doen om problemen te voorkomen of kansen te benutten? Zo verandert AI de manier waarop we beslissingen nemen.

Routinetaken verdwijnen

Medewerkers kunnen zich concentreren op werk dat echt waarde toevoegt (Chatbots & Virtuele Assistenten). Teams worden wendbaarder, processen verlopen sneller, en de organisatie kan veel gemakkelijker inspelen op veranderingen in de markt.

Operationele voordelen

Visuele controles worden eenvoudiger en betrouwbaarder, bijvoorbeeld bij kwaliteitsinspecties of automatische voorraadtellingen (Computer Vision). Het systeem ziet details die wij soms over het hoofd zien, bespaart tijd en fouten, en levert direct bruikbare inzichten.

Een kleine waarschuwing

Niet elke leverancier die AI claimt, levert ook daadwerkelijk slimme technologie. Daarom blijf kritisch: wat doet het systeem daadwerkelijk? Welke resultaten zijn meetbaar? En hoe helpt het je team en organisatie echt vooruit?

De kern

Voor mij draait AI in ERP niet om de hype, maar om echte impact. Het gaat om systemen die meedenken, die leren en die verbeteren — en dat is precies wat organisaties helpt om sneller, slimmer en succesvoller te worden.

De vraag die altijd te laat komt

De vraag komt nooit op tijd.
Niet voor de keuze — altijd erna.

Je zit in de boardroom.
Het project loopt.
De implementatie hapert.
Kosten rijzen de pan uit.
Frustratie groeit.

Twijfel wordt uitgesproken, maar pas wanneer iedereen het voelt.

Altijd voorzichtig.
Altijd te laat.
Altijd wanneer het project al begint te schuren.

“Hadden we het niet anders moeten aanpakken?”

Op papier leek het perfect.
Een implementatie die “direct kon starten”.
Een verhaal dat klopte — tot de praktijk zich liet zien.

Niet omdat er iets nieuws gebeurde.
Niet omdat er een verrassing opdook.

Maar omdat zichtbaar werd wat al die tijd onder de oppervlakte lag: processen die nooit echt pasten, integraties die nooit eenvoudig zouden zijn, een strategie die nog niet stevig stond en een samenwerking die dat al weerspiegelde.

Iedereen wist het.
Iedereen voelde het.
Maar niemand benoemde het.

De praktijk legt alleen bloot wat al aanwezig was.
En precies daar komt de echte vraag: niet of de oplossing verkeerd was, maar of de organisatie er klaar voor was.

Want een implementatie vergroot alles uit.
Helderheid wordt scherper. Ruis wordt luider.
Elke keuze die te vroeg is gemaakt, komt terug als vertraging.
Elke onduidelijkheid in processen wordt een blokkade.
Elke strategische twijfel wordt een projectrisico.

En dan lijkt het alsof de keuze faalt.
Alsof de partner tekortschiet.
Alsof de technologie niet doet wat beloofd is.

Maar het doet precies wat het moet doen: het confronteert je met je eigen fundament.

Niet om schuld te zoeken. Niet om fouten aan te wijzen. Maar omdat elke keuze vraagt om helderheid — en elke onhelderheid vroeg of laat naar boven komt.

Daarom komt die vraag altijd te laat.
Niet omdat mensen het niet zagen, maar omdat niemand het durfde zeggen.

En precies daar begint het echte werk.
Niet in de software. Niet in de configuratie.
Maar in de bereidheid om te kijken naar wat er al was.