Waar is de organisatie die ervaring actief zoekt?
Als er werkelijk zoveel krapte op de arbeidsmarkt is, waar zijn dan de organisaties die actief zoeken naar de ervaring die nu langs de kant staat?
Het debat over de krapte kent al jaren een vaste dynamiek. De boodschap is steevast eenduidig: de werkzoekende moet zich aanpassen. Anders profileren. Flexibiliseren. Een andere opleiding volgen. Omscholen. Een ander beroep kiezen.
Er is inmiddels collectief een compleet circus opgetuigd om mensen beter te laten aansluiten op de arbeidsmarkt. Maar daarmee blijft de belangrijkste bedrijfskundige vraag buiten schot: redeneren we niet te veel vanuit één kant van de medaille?
In een echte krappe markt zou de dynamiek aan de vraagzijde moeten kantelen. Toch blijft de traditionele wervingsketen vaak onveranderd passief.
Krapte vraagt ook iets van de vraagzijde
Als een supermarkt geen brood heeft, gaat hij op zoek naar een bakker.
Maar als een organisatie een serieus tekort heeft aan specifieke kennis en ervaring, lijkt ze veel vaker afwachtend te turen naar LinkedIn, een recruiter of een vacaturesysteem. Hopend op die ene perfecte kandidaat die reageert.
Waarom eigenlijk?
Het wervingsmodel is onderdeel van het probleem
Organisaties hebben hun werving steeds verder geautomatiseerd en uitbesteed aan systemen en recruiters die onbewust zijn getraind op risicomijdend gedrag.
Het is een lui, rigide en inefficiënt systeem geworden.
Er wordt gezocht op exacte trefwoorden en kant-en-klare profielen om kandidaten te vinden die naadloos in een vooraf gedefinieerd hokje passen.
Dat is niet volledig onbegrijpelijk. Een verkeerde aanname kost tijd, geld en managementaandacht. Zeker voor kleinere organisaties kan de impact aanzienlijk zijn.
Maar wat als juist die risicomijding ervoor zorgt dat organisaties beschikbare ervaring niet eens meer als mogelijke oplossing zien?
Wat gebeurt er met iemand die niet exact in dat hokje past, terwijl diegene misschien wel de kennis en ervaring heeft om het daadwerkelijke probleem van de organisatie op te lossen?
Dan wordt het vermijden van het risico van een verkeerde aanname zelf onderdeel van het probleem.
Ervaring verdampt niet met leeftijd
Het resultaat is een paradox: terwijl organisaties in de media aangeven dat ze vastlopen door een tekort aan expertise, blijft hoogwaardige kennis en decennia aan praktijkervaring onbenut. Het huidige wervingsmodel is simpelweg niet in staat om aanwezige expertise te vertalen naar oplossingen voor de eigen organisatie.
Als een markt structureel verandert, verandert ook de verantwoordelijkheid. Een organisatie met een substantieel probleem kan het zich in theorie niet veroorloven om braaf te wachten tot de perfecte kandidaat zich via de traditionele kanalen aandient.
Wie neemt verantwoordelijkheid voor de vraagzijde?
De werkelijke transitie begint pas wanneer organisaties veel actiever kijken welke kennis, ervaring en expertise al in de markt aanwezig is.
We roepen dat we mensen zoeken die 'direct impact' maken, maar bij de selectie weegt leeftijd nog te vaak zwaarder dan ervaring.
Alsof jarenlange expertise ineens verdampt zodra iemand een bepaalde leeftijd bereikt.
Het is makkelijker om te klagen dat het 'schaap met de vijf poten' niet reageert, dan verantwoordelijkheid te nemen voor een actieve zoektocht naar de kennis en ervaring.
Welke organisaties hebben een probleem groot genoeg om de traditionele HR-systemen te omzeilen, en iemand met decennia aan ervaring rechtstreeks aan tafel te halen?
We kijken steeds minder naar elkaar
Misschien ligt het probleem nog dieper. We zijn een steeds individualistischere arbeidsmarkt gaan creëren, waarin iedereen vooral verantwoordelijk is gemaakt voor zijn eigen positie. Je moet jezelf profileren, jezelf ontwikkelen, jezelf verkopen en zelf je netwerk onderhouden.
Maar wie kijkt er nog om zich heen om te zien wie hij met een organisatie of een ander mens zou kunnen verbinden?
Een oud-collega die iemand kent met precies die ervaring. Een bestuurder die weet dat ergens iemand beschikbaar is. Een professional die een vacature ziet en denkt: dit is precies iets voor hem of haar.
Zolang niemand zelf iets nodig heeft, lijkt er weinig reden om die verbinding te maken.
Misschien is het probleem daarom niet alleen dat we elkaar niet vinden. Misschien zijn we ook verleerd om actief naar elkaar te kijken.
Wordt de plank hier misgeslagen door automatisering en angst voor leeftijd, of ligt de oorzaak dieper?